Raden in Verzet was aanwezig bij de VNG-bijeenkomst over de actuele stand van de gemeentefinanciën. Centraal stond de vraag hoe gemeenten er financieel voorstaan en vooral wat hen vanaf 2028 te wachten staat.
Het financiële ravijn is voor 2026 en 2027 flink gedempt. Daarmee is het probleem echter niet weg. Vanaf 2028 blijven grote onzekerheden bestaan en juist daar ligt voor Raden in Verzet een belangrijk aandachtspunt. Gemeenten kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor steeds meer taken als de middelen daarvoor achterblijven.
Dat werd tijdens de bijeenkomst heel concreet bij de jeugdzorg. Gemeenten hebben wettelijke verantwoordelijkheden, terwijl zij maar beperkt invloed hebben op de instroom en de kosten. De discussie gaat daarom niet alleen over hoeveel geld erbij moet, maar ook over de inrichting van het stelsel en de vraag welke risico’s redelijkerwijs bij individuele gemeenten kunnen worden neergelegd.
Ook breder kwam dezelfde vraag steeds terug: kloppen de taken, bevoegdheden, risico’s en middelen nog met elkaar? Juist wanneer gemeenten landelijke wetgeving moeten uitvoeren, maar onvoldoende ruimte of geld krijgen om dat goed te doen, ontstaat de scheefgroei waar Raden in Verzet al langer aandacht voor vraagt.
De komende periode wordt belangrijk. Het advies van de Commissie-Van Ark en vooral de financiële vertaling daarvan door het kabinet zullen mede bepalen hoe gemeenten er structureel voor komen te staan. De Voorjaarsnota 2027 wordt daarbij een belangrijk moment.
Raden in Verzet blijft hierover in gesprek met de VNG en blijft aandacht vragen voor een eenvoudig uitgangspunt: geen taken zonder knaken.


Geef een reactie