Aan alle raadsleden,
Op 17 september 2026 vond op de Willemshof in Den Haag een open en constructief overleg plaats tussen de kerngroep van Raden in Verzet en de directie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Centraal stond de financiële positie van gemeenten en de gezamenlijke noodzaak om ervoor te zorgen dat gemeentelijke taken gepaard gaan met voldoende financiële middelen. Voor Raden in Verzet blijft daarbij het uitgangspunt onverkort: geen taken zonder knaken.
Tijdens het overleg hebben wij verschillende onderwerpen aan de orde gesteld. Mede op basis van het gesprek en de daaropvolgende gedachtewisseling zetten wij hieronder uiteen welk beeld Raden in Verzet aan het overleg heeft overgehouden en welke ontwikkelingen wij de komende periode van belang achten.
1. Jeugdzorg: afspraken moeten worden nagekomen
Raden in Verzet heeft gevraagd naar de ontwikkelingen rond de Commissie Van Ark, de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten en de mogelijkheden wanneer gemeenten onvoldoende worden gecompenseerd voor de kosten van de jeugdzorg.
Uit het overleg hebben wij begrepen dat ook voor de VNG een toereikend en uitvoerbaar financieel kader voor de jeugdzorg essentieel is. Daarbij spelen de uitkomsten van de Commissie Van Ark een belangrijke rol, in het bijzonder met het oog op de financiële situatie vanaf 2028.
Raden in Verzet verwacht dat richting de Voorjaarsnota van 2027 de druk op het kabinet verder zal toenemen wanneer blijkt dat eerdere afspraken onvoldoende worden nagekomen. Wij vinden dat daarbij, indien noodzakelijk, ook stevigere bestuurlijke of juridische mogelijkheden niet bij voorbaat moeten worden uitgesloten.
2. Taken en middelen moeten in balans zijn
Wij hebben daarnaast gesproken over het traject ‘taken en middelen in balans’, de opvolging van het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Uitvoeringstoets Decentrale Overheden (UDO).
Ons beeld uit het overleg is dat inmiddels stappen worden gezet om de verhouding tussen nieuwe taken en de daarvoor beschikbare middelen beter te bewaken. Ook de ROB speelt hierin een belangrijke rol.
Voor Raden in Verzet is het uitgangspunt helder: nieuwe wetten, regels en taken moeten uitvoerbaar zijn en gepaard gaan met voldoende structurele financiële middelen. Daarbij moet niet alleen naar de financiering bij invoering worden gekeken, maar ook naar de ontwikkeling van kosten in latere jaren.
3. Ontwikkelingen binnen de Wmo
Ook de voorgenomen veranderingen rond de huishoudelijke hulp binnen de Wmo zijn besproken. Raden in Verzet maakt zich grote zorgen over de financiële gevolgen die wijzigingen op dit terrein voor gemeenten kunnen hebben.
Uit het overleg blijkt naar onze indruk dat hierover tussen VNG en Rijk nog gesprekken plaatsvinden en dat verschillende mogelijkheden worden onderzocht. De uiteindelijke keuzes zijn mede afhankelijk van politieke besluitvorming.
Raden in Verzet blijft deze ontwikkeling nauwgezet volgen. Wanneer maatregelen leiden tot een verdere verslechtering van de financiële positie van gemeenten, vinden wij dat gemeenteraden hun stem nadrukkelijk moeten laten horen richting kabinet en Tweede Kamer.
4. Gezamenlijke opgaven en mogelijke breekpunten
Een belangrijk onderwerp was de vraag wat er moet gebeuren wanneer gemeenten verantwoordelijk worden gemaakt voor taken die financieel of praktisch niet uitvoerbaar blijken.
Wij hebben uit het gesprek meegenomen dat problemen rond uitvoerbaarheid en financiering eerst via bestuurlijk overleg aan de orde worden gesteld. Wanneer dat onvoldoende resultaat oplevert, kunnen vervolgens andere mogelijkheden in beeld komen, waaronder politieke en eventueel juridische stappen.
Voor Raden in Verzet blijft daarbij uiteindelijk de principiële vraag bestaan of gemeenten verantwoordelijk kunnen blijven voor taken wanneer het Rijk structureel nalaat daarvoor voldoende middelen beschikbaar te stellen.
Ook is gesproken over ontwikkelingen die gemeenten meer beleidsvrijheid kunnen geven en administratieve lasten kunnen verminderen. Raden in Verzet vindt het daarbij belangrijk dat financiële afspraken niet alleen bij aanvang voldoende zijn, maar ook structureel meegroeien met kostenontwikkelingen.
5. Ravijnjaar en structureel overleg
Tot slot hebben wij gesproken over de structurele financiële positie van gemeenten en onze oproep om de financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten fundamenteel te verbeteren.
Uit het overleg blijkt dat er een gedeeld besef bestaat dat gemeenten structureel over voldoende middelen moeten beschikken om hun wettelijke en maatschappelijke taken behoorlijk uit te kunnen voeren.
De Voorjaarsnota van 2027 wordt daarbij een belangrijk moment. Dan zal duidelijker worden in hoeverre de gezamenlijke inspanningen van gemeenten, gemeenteraden en VNG daadwerkelijk hebben geleid tot verbetering van de financiële positie.
Afgesproken is dat de kerngroep van Raden in Verzet en de VNG-directie begin volgend jaar opnieuw met elkaar in gesprek gaan. Daarmee krijgt het overleg tussen beide partijen een vervolg.
Oproep aan alle raadsleden
Voor Raden in Verzet bevestigt het overleg dat gemeenteraden een belangrijke rol hebben in de discussie over de financiële positie van gemeenten. De komende maanden moeten wij die stem blijven laten horen.
Het gaat uiteindelijk niet om geld als doel op zichzelf. Het gaat erom dat gemeenten in staat worden gesteld de taken uit te voeren die van hen worden gevraagd en de voorzieningen te bieden waarop onze inwoners rekenen.
Daarom blijven wij ons, samen met raadsleden uit heel Nederland, inzetten voor een eenvoudig maar essentieel uitgangspunt:
Geen taken zonder knaken.
Namens de leden van de kerngroep van Raden in Verzet,
Anna de Groot
voorzitter

Geef een reactie